Door Luuk Salomons, Omnivent

Steeds meer akkerbouwers willen hun aardappelen of uien langer bewaren, soms wel acht tot tien maanden. Dat vraagt om meer dan alleen ventilatie. Koeling is dé sleutel tot een stabiele productkwaliteit gedurende de bewaarcampagne. Zonder gecontroleerde temperatuurbeheersing is langdurige bewaring nauwelijks haalbaar.

Daarom is het essentieel om al in de planfase goed na te denken over de benodigde koelcapaciteit en het type installatie. Wie hier te krap rekent, loopt het risico dat in de bewaring de temperatuur niet snel genoeg omlaag gaat of dat de installatie tijdens warmere perioden tekortschiet. Een koelbewaring staat of valt met voldoende koelvermogen.

De juiste koelcapaciteit is de basis

Een goed ontwerp start met een koude-lastberekening. Vooral bij langdurige bewaring spelen koelvermogen en regelcapaciteit een grote rol. Denk aan vragen als: hoe snel moet het product teruggekoeld worden, en hoelang moet de temperatuur stabiel blijven?

Afhankelijk van het gewas ligt de benodigde koelcapaciteit meestal tussen 60 en 140 Watt per ton. Daarnaast bepaalt de gelijktijdigheid van de cellen de uiteindelijke installatiegrootte. Als u drie cellen met product heeft die elk 100 kW koelcapaciteit nodig hebben, maar maximaal twee cellen tegelijk koelt, dan is een totale koelcapaciteit van 200 kW voldoende.

Ook de temperatuurverschillen tussen buiten en binnen zijn cruciaal. De maximale buitentemperatuur en de gewenste celtemperatuur bepalen de condensatie- en verdampingstemperaturen. Die waarden vormen de ruggengraat van de berekening.

Drie manieren van koelen

Voor de bewaring van akkerbouwproducten bestaan drie gangbare koeloplossingen. De keuze hangt af van de gewenste regeling, bouwkundige situatie en benodigde koelvermogen.

Directe koeling (DX): het koudemiddel verdampt in de koelblokken en koelt direct de lucht in de cel. De investering is relatief laag en het energieverbruik gunstig.


Indirecte koeling: hier wordt de koude via een water/glycol-circuit overgedragen. Dat maakt koelregeling per cel mogelijk en vermindert uitdroging, maar de investering en het verbruik liggen wat hoger.


Mobiele koeling: dit is een flexibele, verplaatsbare koeloplossing die kan worden ingezet zonder grote bouwkundige aanpassingen. Het vraagt de laagste investering van de drie opties en kan zowel ventileren als koelen.

Keuze koudemiddel beïnvloedt verbruik

Steeds meer telers kiezen voor natuurlijke koudemiddelen. Deze middelen zijn milieuvriendelijker dan synthetische koudemiddelen en kunnen 15 tot 30 procent energiebesparing opleveren. De aanschaf van natuurlijke middelen is duurder dan bij synthetische middelen, wat deels gecompenseerd kan worden door de Energie-investeringsaftrek (EIA).

Propaan (R290), CO₂ en ammoniak zijn de meest gebruikte natuurlijke koelmiddelen. Grofweg gezegd is propaan (in DX-koelsystemen) geschikt voor kleinere koelcapaciteiten tot ca. 75 kW, CO₂ tot ca. 300 kW en ammoniak voor grotere capaciteiten. Welk middel het efficiënt werkt, hangt af van het product, de buitentemperatuur, de celtemperatuur en het type ventilatiesysteem.

Automatisering zorgt voor rust en zekerheid

Bij langdurige bewaring telt elke graad en elke procent luchtvochtigheid. Een modern regelsysteem monitort 24/7 de omstandigheden en stuurt koeling, luiken en ventilatie automatisch aan. Dit zorgt voor stabiele condities en vooral zekerheid gedurende het bewaren.

Heeft u plannen om te investeren in koeling of wilt u uw huidige koelsysteem optimaliseren?  

Onze specialisten vertellen u graag meer over de mogelijkheden voor uw bedrijf.

Deel dit artikel

Delen

Gerelateerde artikelen